Het Laatste Woord

Voorgeschiedenis hoort niet in een inleiding

vrijdag 19 oktober 2012

Het Nederlands zoals wij dat spreken kennen wij sinds de Gouden Eeuw.  ( …) Sinds 1699 kwam er meer eenheid in de Nederlandse taal. En er werd ook gestreefd naar zowel een algemene schrijftaal als een algemene spreektaal die daarop is gebaseerd.

 

Nou, als we met deze inleiding moeten doorgaan tot aan vandaag, dan hebben we nog een paar eeuwen te gaan. En dat is precies het punt dat we willen maken: de schrijver wil het liefst chronologisch, dus in het verleden, beginnen, terwijl de lezer of toehoorder heel snel wil weten waarom hij NU jouw verhaal zou moeten lezen of aanhoren. De belangrijkste vraag die je dus als schrijver moet beantwoorden is: waarom is mijn verhaal nu relevant voor jou, toehoorder?


Top zes missers in inleidingen

  1. De voorgeschiedenis vertellen (een cursist wees mij er terecht op dat ‘voorgeschiedenis’ een krankzinnig woord is. Bestaat er dan ook een nageschiedenis?)
  2. Over jezelf vertellen. ‘Nou, ik zal jullie eerst maar eens even laten weten wie ik ben’.
  3. Een filmpje laten zien of een anekdote opschrijven zonder de context of het doel te schetsen. Na enkele minuten begint er een aantal mensen ongeduldig te schuifelen.
  4. Het programma op de powerpointpresentatie laten zien of een leeswijzer beschrijven. (‘Maar op school hebben we geleerd dat we altijd een leeswijzer moeten maken!’) Een goede inhoudsopgave maakt een leeswijzer volstrekt overbodig.
  5. Meteen in de inhoud duiken.
  6. Clichés, spreekwoorden, zegswijzen, wijze spreuken of motto’s gebruiken. Probeer het eerst op eigen kracht.


Zes tips voor de inleiding van de tekst/presentatie

  1. Vertel waarom je deze tekst op dit moment schrijft of waarom je deze presentatie op dit moment geeft. De rechtstreekse aanleiding dus, niet de oorsprong.
  2. Maak in de eerste regels al duidelijk waarom deze tekst relevant is voor ‘u’ of ‘jou’.  Met een voorbeeld, een probleem dat je oplost,  of het resultaat dat lezen of luisteren kan hebben.
  3. Geef een indicatie waar de rest van de tekst of presentatie over gaat.
  4. Hou het kort, maximaal 10% van de gehele tekst of presentatie.
  5. Laat iemand de inleiding hardop voorlezen. Zou jij willen blijven luisteren? Nee? Pas je stijl dan aan. Zorg dat mensen het voor zich zien wat jij aan het vertellen bent.
  6. Duidelijkheid gaat boven lolligheid. Maar als er eenmaal een goede inleiding staat, mag je er best wat aardigs mee doen.

 

Deel 2 uit onze beeldserie Heldere Taal gaat over de (pakkende) inleiding.