Het Laatste Woord

Slechte teksten bestaan ook op het zogenaamde B1-niveau

dinsdag 15 november 2011

Afgelopen week kreeg ik een stapel nieuwe opleidingsgidsen op mijn bureau. De cursussen ‘Schrijven op B1-niveau’ vlogen me weer om de oren. Toen ik ook nog een persbericht las over een gemeente die het licht had gezien en iedere ambtenaar naar een cursus ‘Schrijven op B1-niveau’ had gestuurd, voelde ik mij geroepen om hier eens een hartig woordje over te schrijven.

Taalniveaus voor tweedetaalonderwijs

Zes jaar geleden introduceerde BureauTaal het begrip ‘taalniveaus’. Wij keken slechts enigszins verstoord en fronsend op van onze bureaus. Taalniveaus kennen wij uit het tweedetaalonderwijs, waar ze verwijzen naar het niveau van beheersing. Dit gaat volgens een meetlat van de Raad van Europa en heet de Common European Framework of Reference for Languages (CEFR). Als je het Engels op A1 beheerst, kun je je redden bij de bakker, en op C2-niveau ben je een near-native speaker. B1 zit daar precies tussenin: je kunt je mondeling goed redden en eenvoudige teksten schrijven in een vreemde taal. Een vreemde taal leren heeft niets te maken met een heldere tekst schrijven.

De PH-waarde van de tekst

Maar de commercieelste tekstschrijver op ons bureau zei:
‘Dat is een waanzinnige marketingactie. Vergelijk het met de PH-waarde van teksten. Daar gaan ze heel veel geld mee verdienen.’ Dat is ook gebeurd. En BureauTaal heeft ervoor gezorgd dat B1-niveau synoniem is aan ‘heldere’ taal. Nu zijn wij natuurlijk voor heldere taal, maar ik wil wel ten strijde trekken tegen de heilloze kolder waar serieuze overheidsinstanties ineens aan meedoen. Ondanks dat je ons nu ongetwijfeld betitelt als jaloerse bootmissers (wat we zijn).

BureauTaal stelt B1-niveau gelijk aan goede teksten. En C1-niveau aan onbegrijpelijke, slechte teksten. Ook zou iemand die op C1-niveau schrijft (mocht dat niveau al bestaan) de lezer zand in de ogen strooien. Dat is pertinent onjuist.

Niveauverschil bestaat wel

Natuurlijk bestaat er niveauverschil in teksten. Dat niveau
wordt op de eerste plaats bepaald door de inhoud. Een tekst over een wiskundige formule vind ik per definitie moeilijk, ook al bestaat deze tekst uit maximaal 14 woorden per zin. Ook speelt interesse een grote rol. Wij hebben hier teksten liggen over het genoegen van snoekbaarsvissen die wij na enkele zinnen vermoeid terzijde leggen. Op de derde plaats is er een beproefde theorie dat de moeilijkheidsgraad van een tekst wordt bepaald door de combinatie van zinslengte en woordlengte. Hoe langer de zinnen, hoe moeilijker de tekst, én hoe langer de woorden, hoe moeilijker de tekst. Want langere woorden zijn over het algemeen abstract en korte woorden zijn concreet. De AVI-leesniveaus zijn hierop gebaseerd en er bestaat een ‘leesgemakschaal’, bedacht door Rudolf Flesch. Maar ook de Flesch-formule moet je altijd zien als een handig hulpmiddel en niet als leidraad.

C1 is niet synoniem aan slecht

Het kenmerk van C1 zou zijn: dubbelzinnige, abstracte en
onnauwkeurig taal. Maar dit zijn kenmerken die horen bij een slechte tekst. Zowel op B- als op C-niveau vind je goede en slechte teksten, en alles daartussenin. Een tekst met 14 woorden per zin kan ook abstracte en misleidende woorden bevatten. Of nergens over gaan. Dat geldt voor meer stijladviezen: lijdende vormen en zelfstandige gemaakte werkwoorden komen op elk niveau voor en zijn vooral tekenen van slechte teksten, niet van moeilijke.

Slechte schrijvers schrijven op 'hoog' niveau

Hier wil ik nog een waarneming aan toevoegen. Ik zie tussen de 200 en 300 cursisten per jaar. Veelal beleidsmedewerkers, ambtenaren die volgens BureauTaal op dat C1-niveau schrijven om ons zand in de ogen te strooien. Gek genoeg schrijven zij op dit hoge niveau omdat het hele slechte schrijvers zijn. Juist mensen die niet kunnen schrijven, produceren de ingewikkeldste teksten.

'Doe normaal' is de norm

Er is geen enkel excuus voor een slechte tekst. Ook niet het
zogenaamde C1-niveau. Begrijpelijke taal is wél de norm. Of iemand een tekst begrijpt, hangt van veel meer factoren af dan alleen van woordlengte en zinslengte. Het komt erg dicht in de buurt van hoe we met elkaar spreken. We kunnen ongelooflijk ingewikkelde dingen aan elkaar uitleggen zonder na te denken over woordlengte of zinslengte, maar gewoon omdat we normaal doen.

 

Sarah Lee Ketner

 

Hier meer over lezen?

Een artikel van BureauTaal over B1-niveau
Een antwoord daarop van de taalkundige Rob Doeve